Wij moeten inzien dat wij hier een mekaar vreemde taal spreken
Work detail
Er lijkt in de Vlaamse literatuur geen grotere rivaliteit voorstelbaar dan die tussen Paul van Ostaijen en Wies Moens. Zot Polleken en de rechtlijnige Moens schijnen in ieder opzicht elkaars tegenpool te zijn geweest. De schrijver van "Het Sienjaal" is de geschiedenis ingegaan als de moderne, internationalistische dichter. Moens draagt het aura van de stramme nationalist met zich mee. Van Ostaijens speelse versjes hebben zich in het collectieve geheugen vastgezet. De gedichten van Moens lijken de lezers van vandaag niet meer te kunnen bekoren. Toch deelden beide dichters ooit dezelfde idealen. Als jonge idealisten sprongen ze tijdens de Eerste Wereldoorlog in hetzelfde avontuur. Ze hadden één doel: zowel de politiek als de poëzie moest drastisch worden vernieuwd. Vlak na de oorlog hadden ze allebei een reputatie hoog te houden. Van Ostaijen als dé vernieuwer bij uitstek, Moens als auteur van flamingantische verkoopsuccessen.
Overview
Shared work-level identity and catalog context.
Contributors
People credited with this work in the active catalog.
- Open Author
Paul van Ostaijen
Editions
Publication-specific versions linked to this work only.
